Deze week was het weer zo ver: na een lange tijd zonder werden wij in de tweede week na kerst verwend met een dik pak sneeuw. Ook de Hoeksche Waard werd met een wit laken bedekt. Het levert hele fraaie afbeeldingen op, zeker in de oude gedeelten van de dorpen, maar vaak ook een hele hoop uitdagingen. De bussen reden niet meer van- en naar het knooppunt Heinenoord, de post verscheen later en door het hele land stonden files.

Gelukkig zijn dit soort uitdagingen van alle tijden. Een blik op de het verleden van de gemeente laat zien dat het altijd erger kan.

Niet naar Tiengemeten: het ijs van 1963

Winterweer brengt altijd uitdagingen met zich mee. Dat gold voor de bevolking van Tiengemeten in 1963 des te meer. De inwoners van dit eiland onder de Hoeksche Waard waren al wat gewend. Zeker in de jaren ’50 en ’60 gebeurde het vaak dat de strenge winters het water rond het eiland lieten bevriezen. Terwijl de bevolking van het eiland groeide, groeiden echter ook de problemen als het water rond het eiland bevroren was.

In 1963 bereikten deze problemen een climax. Het water rond het eiland was al weken bevroren. Het was de aanleiding voor het Rotterdams parool om een artikel te wijden aan de uitdagingen van veerman Wout Bijl. Meteen in de eerste zin wist de correspondent de kern te raken: “De kinderen van Tiengemeten zijn al in geen vijf weken naar school geweest.”

Als het haringvliet volledig bedekt was met ijs, kon de veerman nog overtochten maken met zijn slee om levensmiddelen vanuit Nieuwendijk naar het eiland te brengen. Toen ijsbrekers echter begonnen met het doorbreken van de dikke laag ijs op het binnenwater, kwam hij in een lastig parket terecht: het ijs was te ver gebroken om overheen te kunnen sleeën, maar de brokstukken waren te groot om met zijn veerboot op en neer te kunnen varen. Zodoende konden de lokale kinderen niet naar school en konden de boeren met hun gezinnen geen verse goederen van- en naar het eiland verschepen.

Na vijf weken werd het eiland gered. Toen het IJsbreekschip De Groenland langs voer wisten de bewoners de kapitein zo ver te krijgen om met zijn schip een paar mensen over te zetten. Met een goedgevulde kist cognac van de overkant wisten de eilandbewoners de winter toch nog iets dragelijker te maken.[1]

Een paar jaar eerder en een half eiland verderop hield de sneeuwval in Strijen ook de gemoederen bezig. Sterker nog, de strijd tegen de sneeuw werd het onderwerp van een stevig debat in de gemeenteraad.

Een verhit sneeuwdebat

Toen de gemeenteraad van Strijen in januari 1958 onder burgemeester Theodoor Bolman voor het eerst dat jaar weer samenkwam, leek er een maar weinig spannende vergadering op de agenda te staan. De burgemeester sprak zijn nieuwjaarswens uit en deze werd netjes beantwoord door de raadsnestor. Een begrotingsbespreking later bleek de raad ij de rondvraag echter een probleem te zien in de manier waarop de gemeente omging met de sneeuwval. Dit werd volgens een raadslid veel te amateuristisch aangepakt. In plaats van een paar mannen met een schep en een schuiver, zou een sneeuwploeg ingericht worden. Daar verzette de burgemeester zich tegen: de burgemeester bezit geen grote sneeuwschuiver en het leek hem niet verstandig om standaard een grote sneeuwploeg in te huren. Daarvoor verschilt het weer te veel.

Terwijl de wethouder besloot te gaan informeren naar de prijs van een sneeuwschuiver voor de gemeente, opperde een van de raadsleden om dan maar werklozen aan het werk te zetten. Dat idee werd echter al snel afgeschoten: als de gemeente dit zou vragen, zouden ze hetzelfde bedrag moeten betalen als aan de beambten die dit werk deden. Dat zou duizend gulden per dag kosten, een bedrag dat de gemeente niet kon missen. Een oproep voor vrijwilligers leek hem eveneens kansloos, omdat de burgers het volgens hem zelfs nalieten om aan de verplichting om een pad naar hun eigen woning vrij te houden te voldoen. [2]

Met een discussie over de vraag of er zand of zout moest worden gebruikt om de sneeuw weg te krijgen doofde de discussie als een nachtkaars uit. Zoals vaker in deze tijd werd er geen besluit genomen. De onvrede was in ieder geval geuit en het probleem zou in de daaropvolgende weken als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Niet alleen het bestuur, maar ook boeren & bedrijven konden slachtoffer worden van onaangekondigd winterweer. In Puttershoek gold dat zeker toen de suikerfabriek aldaar in november 1965 door het winterweer plots op volle toeren moest gaan draaien.

De bietencrisis van 1965

In de winter van 1965 kreeg Nederland ook te maken met een onverwacht vroege en felle vorst. Waard november van dat jaar werden de suikerbietentelers, ook in de Hoeksche Waard, verrast. Terwijl velen van hen nog aan het rooien waren en op hun erven vaak nog grote stapels onafgedekte bieten hadden liggen, was opeens haast geboden. Overal in het land werden campagnes opgestart om de bieten versneld naar de fabrieken te krijgen, bijvoorbeeld in Puttershoek. In het Limburgse Stein, bij Heerlen, werd bijvoorbeeld met man en macht gewerkt om de schepen in de havens te vullen met de bieten.[3] Dat moest ook: in plaats van weken hadden ze nu nog maar dagen om hun bieten naar de suikerfabrieken toe te brengen. Terwijl de bieten bij normale temperaturen prima buiten kunnen liggen, was dat bij vorst anders. Als een suikerbiet bevriest en daarna ontdooid, bederft deze heel snel. Er was dus sprake van een crisis.

Al snel werd deze bietencrisis een nationale aangelegenheid. Het land stond in rep en roer om alle suikerbieten bijtijds te laten verwerken: het ministerie van Verkeer en Waterstaat gaf via het recht op voorschutting zelfs voorrang op de sluizen aan binnenvaartschepen die suikerbieten vervoerde. Tegelijkertijd moesten de arbeiders in de suikerfabrieken lange dagen maken om de plotselinge grote aanvoer van suikerbieten te verwerken.

Na maanden werken sloot de suikerfabriek in Puttershoek op 20 december van dat jaar haar bietencampagne af. Hoewel er overal in het land bieten in de grond zijn blijven zitten door het winterweer en de fabriek eerder en langer door heeft moeten werken, waren zij optimistisch. De crisis was bedwongen en onder aan de streep viel de schade mee.[4]

Al met al hebben wij dit jaar weer geluk gehad. Met een paar dagen goede sneeuw achter de rug hebben we in ieder geval weer kunnen genieten van het wandelen door een nieuwe omgeving, hebben we weer kunnen sleeën over de dijken en hebben we de fotorolletjes weer aan kunnen vullen met ansichtkaart-waardige plaatjes. Nu de sneeuw langzaam wegsmelt, begint het normale leven weer: hopelijk kunnen we weer een jaar normaal vooruit.


[1] ‘Tiengemeten geïsoleerd! Kinderen in geen weken op school’, Het Rotterdamsch parool (Rotterdam 7 februari 1963) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMSARO03:259022032:mpeg21:a00063>.

[2] ‘Korte vergadering met lang praatje over ’t sneeuwruimen’, Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde (Oud-Beijerland 27 januari 1958) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMMHW01:001115011:mpeg21:a00011>.

[3] ‘Bieten’, Limburgsch dagblad (Heerlen 30 november 1965) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010526635:mpeg21:a0236>.

[4] ‘Vorstschade bieten erg meegevallen’, Trouw (Meppel 21 december 1965) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ABCDDD:010815528:mpeg21:a0153>.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *