Een hand van de burgemeester; niet veel dertienjarigen kunnen zeggen dat ze dat ooit gehad hebben. Toch overkwam het de dertienjarige Pleun Leendert Deunhouwer, leerling aan het Uitgebreid Lager Onderwijs (ULO) in 1961. Dat gebeurde niet zomaar: Deunhouwer had in de ogen van de gemeente Puttershoek een heldendaad verricht. Hij had een half jaar eerder, in augustus 1960, namelijk net een jonge dorpsgenoot van de verdrinkingsdood gered door in zijn zondagse pak in het koude water van de Puttershoekse haven te springen.[1]

Afb 1. Pleun Leendert Deunhouwer, met horloge van het heldenfonds, krijgt een hand van burgemeester Wiebe van der Ploeg.

Dat was niet de eerste keer: al in 1958, hij was toen slechts elf jaar oud, wist hij zijn vijfjarige nicht Bastiaantje Deunhouwer uit het water van de boezemvliet te redden. Een jaar later, in 1959, wist hij vervolgens door het verzamelen van dassen van omstanders ook zijn kameraad Wout van Varik uit het water te redden.

Dat bleef niet onopgemerkt. Naast de hand ontving hij uit handen van burgemeester Wiebe van der Ploeg ook het Carnegie Heldenfonds-horloge, een bijzondere beloning voor jongeren die een daad van uitzonderlijke moed hebben verricht. Dit fonds werd in 1911 opgericht door de Amerikaanse filantroop Andre Carnegie om heldhaftig gedrag met geld of goed te belonen en om helden te ontzien in hun eventuele schulden ten gevolgen van hun heldhaftigheid.[2]

Afb 2. Voorbeeld van een horloge zoals dat in 1941 is uitgereikt. Deunhouwer ontving, zoals blijkt uit afbeelding 1, een moderner horloge.

In 1964 werd Deunhouwer opgevolgd door Cornelis van der Meijden, die een jaar eerder een kind uit de oude maas redde.[3] Andere ontvangers waren Helga van Os en Manette Byrman, die in 1975 een kind uit het water bij de Eikenlaan wisten te redden.[4]

Het was voor de burgemeester niet moeilijk om Deurhouwer te vinden, want zijn naam was al bekend bij de lokale politie. Niet veel eerder had hij namelijk rotjes af laten gaan in een drukke straat. Met het schudden van de hand streek de burgemeester ook over het hart en heeft hij de jonge held zijn kattenkwaad vergeven.[5]


[1] ‘Het Rotterdamsch parool’, Het Rotterdamsch parool (Rotterdam 7 januari 1961), <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMSARO03:259010006:mpeg21:a00095>.

[2] ‘Doelstelling en missie’, Stichting Carnegie Heldenfonds <https://carnegiefonds.nl/doelstelling-en-missie/> [geraadpleegd 18 juli 2026].

[3] ‘2.19.364 Inventaris van het archief van de Stichting Carnegie Heldenfonds Nederland: Persoonsdossiers, 1903-1987 | Nationaal Archief’ 5305 <https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/2.19.364 >.

[4] Ibid., 5748.

[5] ‘Het Rotterdamsch parool’.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *