Na meer dan 30 jaar in het vak nam Burgemeester Benjamin Groeneveld de Kater (1889-1962, rechts op de foto) in 1954 afscheid als eerste burger van de gemeente Maasdam. Op een bijzondere raadvergadering, waar hij ondanks een opname in het ziekenhuis vanwege zijn broze gezondheid aanwezig kon zijn, werd hij vol enthousiasme afgezwaaid door zijn collega’s van het college, zijn collega-burgemeesters en de lokale ambtenarij. In dertig jaar tijd had de burgemeester veel weten te bereiken: van een dorp dat financieel aan de afgrond stond maakte hij in 30 jaar een groeiend en bruisend dorp.
Benjamin Groeneveld de Kater was een liberaal bestuurder die als burgemeester leiding gaf aan een overwegend liberaal college. Dat liberalisme droeg hij ook uit: zo stond hij bijvoorbeeld op provinciale de lijst voor de Vrijheidsbond (vanaf 1938 de Liberale Staatspartij, later VVD)[1] en werd hij geroemd om de ruimte die hij aan zijn ambtenaren en politiekorps liet om zelf afwegingen te maken.[2] Hoewel hij werd geboren in Klaaswaal, bracht zijn vroege loopbaan hem langs verschillende gemeenten. Als ambtenaar klom hij op tot gemeentesecretaris, eerst van Zwartewaal (ZH) en later van ’s Gravendeel. Na iets meer dan zes jaar in die functie maakte hij de overstap naar Maasdam, waar hij de functie van gemeentesecretaris ging combineren met die van burgemeester.
Toen Groeneveld de Kater in 1923 aantrad als burgemeester van het dijkdorp rond de Binnenmaas, trof hij een gemeente die er financieel slecht voor stond. De gemeente had, door toedoen van zijn voorganger Ludovicus Klaar, een enorme schuld opgebouwd. Dit probleem was zelfs zo groot dat deze affaire landelijk bekend werd als de Malversaties te Maasdam.
Malversaties te Maasdam
In 1906 werd patriciërszoon L.E.M. (Ludovicus) Klaar benoemd tot burgemeester van Maasdam. Zijn vader, Willem Klaar, was net afgetreden als bestuurder en een groep van 300 van de toen 1600 inwoners van het dorp had de regering aangeschreven met de vraag of de burgemeesterszoon het ambt van zijn vader over mocht nemen.[3] Dat verzoek werd gehonoreerd: binnen een maand droeg Ludovicus Klaar de ambtsketen.[4]
In zijn 17 jaar als burgemeester wist Klaar slechts zelden de krant te halen. Dat veranderde toen hij in juni 1923 plots geschorst werd als burgemeester wegens wangedrag.[5] Al snel werd bekend dat de burgemeester werd geschorst vanwege het afsluiten van leningen namens de gemeente. In een eerste reactie relativeerde hij de zaak: Hij had een bedrag van 7000 gulden geleend, maar dat had hij ‘per abuis’ op eigen titel in plaats van in naam van de gemeente gedaan. Met het onderbrengen van het geld bij een curator achtte hij de zaak gesloten.[6] De aanklacht bleek echter een stuk serieuzer te zijn: de burgemeester werd gearresteerd en gevangen gezet zolang het onderzoek liep.[7]
De gemeente besloot de zaak te onderzoeken en kwam uit bij het Algemeen Mijnwerkersfonds in Heerlen, waar Klaar in 1922 een lening van 36.000 gulden afsloot. Deze lening was echter helemaal niet bekend bij de andere leden van het college. De burgemeester had valse handtekeningen gezet, waardoor het leek alsof het geld voor de gemeente bestemd was.[8]
De zaak werd landelijk nieuws. Onder de titel Malverstaties te Maasdam schreven allerlei kranten over het voorval, waarna steeds meer feiten werden geopenbaard. Niet alleen het Mijnwerkersfonds, maar ook het Weduwen- en Weezenfonds voor ‘s lands dienaren in Nederlands-Indië en de Eerste Nederlandse Verzekering Maatschappij op het Leven en tegen Invaliditeit hadden leningen aan de burgemeester verstrekt. Klaar was, toen hij werd gepakt, al jaren bezig geweest met het afsluiten van de leningen. Hij had ruim 90.000 gulden geleend, waarvan 76.000 (omgerekend en gecorrigeerd ruim 1.3 miljoen euro in 2026) op geen enkele manier was gedekt. Dat geld werd op de gemeente verhaald, waardoor deze zich bij het aantreden van Groeneveld de Kater in financieel zwaar weer begaf.[9]
Ludovicus Klaar werd in juni failliet verklaard, toen een eerste deel op hem verhaald was.[10] Een paar maanden later veroordeelde de rechter hem tot een gevangenisstraf van 2 jaar en zes maanden.[11]
Het Maasdam van Groeneveld de Kater: Opkomst van de Vlasindustrie
Toen Groeneveld de Kater aantrad als burgemeester, trof hij een gemeente aan die financieel in puin lag. De schade van Klaar lag de gemeenschap zwaar op de maag: zelfs water en licht waren niet meer vanzelfsprekend. Daarnaast had het dorp te kampen met een hoge werkloosheid, waar door het financieel tekort slechts weinig mee gedaan kon worden. [12] Er moest een andere oplossing worden gevonden. Na een bezoek aan de Noord-Hollandse vlasfabrieken was het dorpsbestuur er van overtuigd dat het dorp uit de financiële malaise zou kunnen komen door de ruimte te laten aan de lokale vlasindustrie.[13] Dat was een goede zet: binnen enkele jaren werd Maasdam weer een echt vlasdorp.[14]
In de armoedige jaren 30, waar werkloosheid welig tierde, werd deze vlashandel een belangrijke bron van werkverschaffing, waarbij de gemeente samen met het rijk een subsidie uitloofde om de lokale bevolking aan het werk te krijgen.[15] Die was zelfs zo succesvol, dat onder toezicht van de firma De Koning tussen 1937 en 1938 een fabriek tot stand kwam, Vlasfabriek De Maas, die het dorp veel werkgelegenheid bood. Dat was echter niet zonder gevaren. Op 21 april 1939 brak een grote brand uit bij een opslaghal van de fabriek, waarbij 45 hectare aan vlas verloren ging.[16]
Toch bleef de fabriek bestaan en binnen 15 jaar groeide ze door tot de economische motor van het dorp. In 1952 werd het complex uitgebreid met een drooginstallatie voor vlas, waarmee “De Maas” een van de grootste en modernste vlasfabrieken van het land werd. In tegenstelling tot eerst kon zij nu zelfs het hele jaar door gaan.[17] Met een oppervlakte van bijna 2000 vierkante meter, samen met de penetrante geur van het vlas, kon men in het dorp en daarbuiten niet meer om de vlasfabriek heen. Alleen al in de fabriek werkten 60 mensen en de benodigde arbeid daarbuiten was nog veel groter.[18]
Het Raadhuis in Maasdam
Deze bedrijvigheid in de gemeente wierp ook zijn vruchten af. Terwijl de vlasindustrie zich ontwikkelde en de bevolking weer aan het werk kon, bracht het gemeentebestuur de financiën weer op orde. Dat werd in 1938 bekroond met de bouw van een nieuw raadhuis aan de dorpsstraat, die vanaf dat moment de Raadhuisstraat zou gaan heten.
Hoewel de eerste plannen te duur werden bevonden, zette de burgemeester door. Het nieuwe raadhuis werd een prachtig, modern en multifunctioneel gebouw, waarin naast ruimten voor het gemeentesecretariaat, de Burgemeester en zijn raad plek was ingericht voor de hoofdonderwijzer, een school en de brandweer.[19] Het werd een belangrijk knooppunt voor de maatschappij en bepaalde lange tijd het beeld van het dorp.
Helaas heeft het Raadhuis van Maasdam de tand des tijds niet overleefd. In 1986 werd het gebouw gesloopt om ruimte te maken voor een groot appartementencomplex.

Afb. Het raadhuis in Maasdam. Beeldarchief provincie Zuid-Holland, KB697-13

Afb. Raadhuis in Maasdam, Zijaanzicht.
Tweede Wereldoorlog
In mei 1940 brak in Nederland de tweede wereldoorlog uit. Na een paar dagen felle weerstand brak het Nederlands militair verzet en werd ons land bezet. Sneller dan in onze buurlanden werd het Nederlands bestuur overgenomen door de Duitsers. Na de inval op 10 mei werd op 20 mei een militair bestuur ingesteld, maar al op 29 mei werd een burgerlijk bestuur in het leven geroepen. Hiermee was Nederland aangewezen als deel van het Duitse rijk, met als doel volledige integratie. Onder Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart werd het openbaar bestuur hervormd. De burgemeester werd alleenheerser en werd in de regel vervangen door een NSB-lid of een Duitsgezinde bestuurder.
Tijdens de oorlog bleef Groeneveld de Kater aan als burgemeester. Hoewel velen van zijn collega’s werden vervangen, in de Hoeksche Waard werd burgemeester Sander Hammer (Goudswaard, Piershil & Nieuw-Beijerland) bijvoorbeeld vervangen voor NSB-er Marinus Simonis, wist hij herbenoemd te worden en de belangen van zijn bevolking te verdedigen tegenover de Bezetter.[20]
De oorlog was de grootste crisis in de bestuurlijke carrière van de burgemeester. Al in de eerste dagen van de inval kreeg hij een zware klap te verduren. Zijn naaste collega, eerste ambtenaar en gemeenteontvanger J.R. van Rozendaal, was op 13 mei 1940 bij een bominslag om het leven gekomen, waarbij ook zijn vrouw en schoonmoeder omkwamen.[21] Daarnaast werd het dorp aan het begin van de oorlog ook aangewezen als verboden gebied: alleen mensen die ingezetene van het dorp waren mochten er komen.[22]
Ondanks al die uitdagingen bleef hij aan als burgemeester. Dat leverde hem in 1945, nog voor de bevrijding, een kritisch artikel in de verzetskrant de koerier op, waarin hem enkele zaken werden verweten. De “goede vaderlander”, zoals hij spottend werd genoemd, werd kwalijk genomen mee te werken met de bezetting. Zo had hij in opdracht van de Duitsers lakens en kussenslopen, werkte hij mee aan een verzoek om arbeidskrachten vanuit het dorp en liet hij Duitse soldaten betrekking nemen in huizen waar geëvacueerde Strijenaren zaten. De groep sloot hun bericht af met het bericht dat hij “aan de kant zal worden gezet”.[23] Dat moet de burgemeester angst ingeboezemd hebben: minder dan een week daarvoor werd NSB-burgemeester Simonis vlakbij Heinenoord (bij het monument Moeder) door diezelfde verzetsgroep doodgeschoten.
Het beeld wat de groep van de burgemeester schetst is echter te weinig genuanceerd. Ondanks de omstandigheden probeerde hij zoveel mogelijk te betekenen voor zijn burgers. Toen op 14 januari 1943 de kerkklok van Maasdam werd gevorderd om omwille van de oorlogsinspanningen naar Hamburg te worden gestuurd, stemde hij met dat verzoek in. Wel verzocht hij de rustingsinspecteur van het rijkscommissariaat om een nieuwe klok naar het dorp te sturen, omdat het dorp nu niet voldoende mogelijkheden had om een alarm te luiden bij een eventuele ramp. Dat verzoek werd echter afgewezen.[24]
Watersnoodramp
Na de oorlog werd het oude gemeentebestuur hersteld. Binnen enkele jaren volgde echter de volgende crisis. In de nacht van 31 januari op 1 februari steeg het water van de Noordzee door een combinatie van hoogwater, storm en springtij tot recordhoogten. Overal in het land braken dijken door en overstroomden de Nederlandse polders. Zo ook in de Hoeksche Waard. Tijdens deze watersnoodramp vielen er geen slachtoffers in het dijkdorp, maar de schade aan de gebouwen was groot. 75 Gezinnen moesten elders onderdak zoeken en er werden 350 inwoners van de Hoeksche buurgemeenten opgevangen op het dorp.[25]
Als burgemeester speelde hij een belangrijke rol in de periode tijdens en na de ramp, maar hij bleef bescheiden. In de periode na de ramp sprak hij vooral zijn dankbaarheid uit richting de inwoners, die samen de schouders er onder hadden gezet. In het bijzonder dankte hij de directie van de suikerfabriek in Puttershoek, die de noordoostelijke hoek van het eiland van een erger lot beschermd hadden. Alle fabrieksarbeiders en met hen vele dorpsgenoten, hielpen mee om de dijken aan de Oude Maas in stand te houden
Het herstellen van de schade zou lang duren, maar het gemeentebestuur deed wat het kon om de geleden schade zo goed mogelijk te herstellen. Na de ramp werd besloten om vier nieuwe woningen te bouwen en om alle verwoeste huizen te herbouwen.[26]
Terug als burgemeester
Na de tweede wereldoorlog en de Watersnoodramp was de woningbouw de grootste uitdaging voor de gemeente. Onder het toezicht oog van de burgemeester werd het dorp uitgebreid met een nieuwe wijk. Dat was echter niet zomaar geregeld. In het naoorlogse Nederland had de overheid een sterke hand in de economie. Hoewel het dorp graag wou, lukt het niet om woonruimte vrij te maken voor de woningbouwwet. Net zoals bij de vlasindustrie liet de burgemeester het daar niet bij. In plaats van brieven schrijven, reisde hij meermaals af naar Den Haag om daar te lobbyen voor het dorp en richtte een lokale industriecommissie op die mee kon denken aan de uitbreiding van het dorp.[27] Uiteindelijk lukte het de burgemeester om toch nieuwe huizen te kunnen bouwen, waarmee het dorp wederom groeide.[28] Het leverde de burgemeester een hele positieve waardering op vanuit het dorp. Deze was zelfs zo groot, dat hij nog bij leven een straat naar zichzelf benoemd heeft gekregen: de Burgemeester Groeneveld de Katerstraat.
Net als vele burgemeesters in die tijd, stond Groeneveld de Kater midden in de maatschappij. In 1934 werd hij bijvoorbeeld al lid van de voogdijraad in Dordrecht, de voorloper van de raad voor de kinderbescherming.[29] Ook was hij actief als erevoorzitter van enkele verenigingen en was hij actief voor lokale initiatieven, zoals het groene kruis.[30] Datzelfde geld voor zijn vrouw, die naar goed gebruik ook een actieve rol in het lokaal verenigingsbestaan speelde. Daarnaast was zij landelijk actie voor verschillende maatschappelijke initiatieven, zoals de Nederlandse bond van plattelandsvrouwen.[31] Om het huis toch op orde te houden, had het gezin een huishoudster in dienst.[32]

Afb. Als Bestuurslid van de vereniging Hoeksche Waards belang ontving de burgemeester in 1948 Prins Bernhard op het gemeentehuis in Maasdam.[33]
Afscheid
In mei 1954 nam de burgemeester afscheid van ‘zijn’ gemeente. De laatste jaren was zijn gezondheid steeds verder afgenomen, waardoor hij in het ziekenhuis terecht was gekomen. Hoewel er geen afscheidsreceptie werd georganiseerd, wist hij een dag vrij te krijgen van het ziekenhuis om zijn laatste raadvergadering voor te zitten.
Hij nam afscheid als een burgemeester die goede verhoudingen met zijn raad altijd voorop stelde. Dat blijkt ook uit de warme woorden die op deze raadsvergadering werden uitgesproken door de aanwezigen: Zijn collega-burgemeesters, zijn raadleden, het gemeentepersoneel en vele anderen waren samen gekomen om zijn lange carrière te gedenken en om hem met enkele presentjes vaarwel te kunnen zeggen.
Met een gedenkplaat aan de Watersnoodramp, bossen bloemen voor hemzelf en zijn vrouw en een ingelijst foto van zijn ambtswoning nam het dorp afscheid van zijn burgemeester en gemeentesecretaris. Van de nestor van de raad, Van Driel, ontving hij daarnaast namens de raad een versierde wandelstok aangeboden, een cadeau dat volgens de burgemeester “tot zijn spijt enigszins op zijn plaats was”.[34]
Burgemeester Groeneveld de Kater was een geliefd bestuurder, die zowel bij zijn raad, zijn inwoners en zijn personeel steeds de juiste toon aan wist te slaan. Als overtuigd liberaal liet hij veel ruimte aan zijn (politie)ambtenaren om zelf hun werk naar eigen inzicht in te vullen. Hij was een aanpakker: of het nu ging om het terugbrengen van de vlasindustrie in het dorp of om het lobbyen bij het rijk voor de belangen van het dorp, de burgemeester ging liever zelf op pad dan dat hij op goede hoop brieven stuurde.
In zijn meer dan dertig dienstjaren heeft de burgemeester een hoop bereikt. De gemeentefinanciën kwamen weer op orde, hij loodste het dorp door meerdere grote crisissen en hij wist het woningprobleem voor zijn bevolking op te lossen door een nieuwe wijk te laten bouwen. Hoewel met het verdwijnen van zowel de vlasfabriek als het Raadhuis de fysieke herinnering aan zijn langstzittende burgemeester verloren is, zal zijn naam altijd in het straatbeeld blijven bestaan.
[1] ‘Ingediende candidatenlijsten voor de verkiezing van leden der Provinciale Staten in den Kieskring VII Ridderkerk’, Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde (Oud-Beijerland 13 maart 1935) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMMHW01:001026031:mpeg21:a00030>.
[2] ‘Burgemeester van Maasdam legt zijn ambt neer’, Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde (Oud-Beijerland 31 mei 1954) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMMHW01:001060059:mpeg21:a00016>.
[3] ‘Binnenland.’, Rotterdamsch nieuwsblad (Rotterdam 20 februari 1906) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010213724:mpeg21:a0118>.
[4] ‘De malversaties te Maasdam: Zeer ernstige fonten van den burgemeester.’, Voorwaarts: sociaal-democratisch dagblad (Rotterdam 9 mei 1923) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010210531:mpeg21:a0148>.
[5] ‘De burgemeester van Maasdam geschorst.’, Het Vaderland: staat- en letterkundig nieuwsblad (’s-Gravenhage 17 mei 1923), aldaar 2 <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010008462:mpeg21:a0046>.
[6] ‘De malversaties te Maasdam’, Overijsselsch dagblad (Zwolle 9 mei 1923) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB23:001305064:mpeg21:a00064>.
[7] ‘De Burgemeester van Maasdam’, De Volkskrant (’s-Hertogenbosch 29 mei 1923) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB12:000130123:mpeg21:a00052>.
[8] ‘Malversaties te Maasdam’, Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s courant (Heerenveen 18 mei 1923) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010759856:mpeg21:a0208>.
[9] ‘De malversaties te Maasdam: ook een Haagsche bankinstelling verstrekte leningen’, De Telegraaf (Amsterdam 15 mei 1923) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:110563991:mpeg21:a0122>.
[10] ‘De malversaties te Maasdam’, Dagblad van Noord-Brabant (Breda 5 juni 1923) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB23:001958128:mpeg21:a00022>.
[11] ‘De malversaties te Maasdam’, De Volkskrant (’s-Hertogenbosch 10 november 1923) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB12:000131111:mpeg21:a00028>.
[12] ‘Waarom belasting betalen nuttig is’, Nieuwsblad, gewijd aan de belangen van de Hoeksche Waard en IJselmonde (Oud-Beijerland 24 april 1925) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMMHW01:001009017:mpeg21:a00040>.
[13] ‘Verhuring Dijken en Wijlanden’, Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde (Oud-Beijerland 8 maart 1937) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMMHW01:001034029:mpeg21:a00015>.
[14] ‘Burgemeester van Maasdam legt zijn ambt neer’, Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde (Oud-Beijerland 31 mei 1954) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMMHW01:001060059:mpeg21:a00016>.
[15] ‘Verwerking van vlas: In werkverschaffing’, De Volkskrant (’s-Hertogenbosch 17 oktober 1932) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB12:000150090:mpeg21:a00022>.
[16] ‘Opslagplaats met vlas afgebrand’, De Zaanlander (Wormerveer 22 april 1939) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMGAZS01:000104096:mpeg21:a00025>.
[17] ‘Kunstmatige vlasdrogerij van vlasfabriek ‘De Maas’ in gebruik’, Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde (Oud-Beijerland 8 oktober 1952) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMMHW01:001056043:mpeg21:a00021>.
[18] ‘‘De Maas’ een der grootste vlasfabrieken van Nederland’, Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde (Oud-Beijerland 24 september 1952) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMMHW01:001056037:mpeg21:a00019>.
[19] ‘Wist U dit?’, Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde (Oud-Beijerland 14 september 1955) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMMHW01:001071031:mpeg21:a00031>.
[20] ‘Burgemeesters’, De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad (’s-Hertogenbosch 16 augustus 1941) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010928774:mpeg21:a0059>.
[21] ‘Posthume hulde aan den heer J.R. Rozendaal’, Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde (Oud-Beijerland 18 juni 1940) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMMHW01:001037061:mpeg21:a00025>.
[22] ‘Verboden gebieden’, De Maasbode (Rotterdam 24 december 1940) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:110531221:mpeg21:a0049>.
[23] ‘Wist u…’, De koerier: streekblad voor de Hoeksche Waard e.o. (Oud-Beijerland 23 februari 1945) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010427320:mpeg21:a0006>.
[24] ‘1943 – De vordering van 3 klokken in Maasdam’, WO2 Hoeksche Waard (2020) <https://wo2-hoekschewaard.nl/bezetting/1943-de-vordering-van-3-klokken-in-maasdam/>.
[25] ‘Burgemeester pessimistisch omtrent het bouwvolume’, Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde (Oud-Beijerland 3 februari 1954) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMMHW01:001060014:mpeg21:a00032>.
[26] ‘Raad besloot tot bouw van vier woningen’, Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde (Oud-Beijerland 5 maart 1953) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMMHW01:001057023:mpeg21:a00022>.
[27] ‘Burgemeester van Maasdam legt zijn ambt neer’.
[28] ‘Maasdamse burgemeester tevreden over bouwcontingent’, Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde (Oud-Beijerland 29 maart 1954) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMMHW01:001060035:mpeg21:a00019>.
[29] ‘Voogdijraden’, De standaard (Amsterdam 4 mei 1934), aldaar 2 <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB23:001899028:mpeg21:a00042>.
[30] ‘Plaatselijk Nieuws: Maasdam’, Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde (Oud-Beijerland 4 augustus 1954) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMMHW01:001058015:mpeg21:a00013>.
[31] ‘Er wordt hard gewerkt aan gezinsverzorging in de Hoeksche Waard’, Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde (Oud-Beijerland 26 oktober 1949) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMMHW01:001124051:mpeg21:a00008>.
[32] ‘Gevraagd: Hulp i.d. Huishouding’, Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde (Oud-Beijerland 5 maart 1947), aldaar 4 <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMMHW01:001050027:mpeg21:a00029>.
[33] ‘Het bezoek van Prins Bernhard aan de Hoeksche Waard’, Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJselmonde (Oud-Beijerland 7 juli 1948) <https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMMHW01:001052003:mpeg21:a00010>.
[34] ‘Ingediende candidatenlijsten voor de verkiezing van leden der Provinciale Staten in den Kieskring VII Ridderkerk’.

Geef een reactie